VV Bennekom - Historie

BennekomLaarweg.jpg

 

De voetbalvereniging Bennekom bestaat inmiddels 57 jaar (vanaf 29 september 1954). Een halve eeuw van groei en succes, die begon aan de Laar, het buurtschap aan de oostkant van Bennekom. Daar besloten de jongens die zowat elke dag rondom de Platanenlaan en de Laarweg na school- en werktijd voetbalden een eigen club op te richten. Dan hoefden ze niet zoals enkelen van hun buurtgenoten lid te worden van een club in Wageningen of Ede. In hun eigen buurt op een écht veld voetballen - dat zou mooi zijn.

In de schuur van Lieftink, de familie van vader Kees en moeder Jaan die zoveel betekend hebben voor de voetbalclub Bennekom, werd het idee gelanceerd. Hans van Reemst kwam met het plan, Frans Lieftink - broer van Gert, Adrie, Jan en Kees - was meteen enthousiast. Maar hoe? En dus trokken Hans en Frans naar de Edeseweg waar in een riante witte villa ingenieur Brutel de la Rivière huisde, een invloedrijk man die zelf had gevoetbald. Deze man zou kunnen weten hoe te handelen en mogelijk zijn invloed kunnen aanwenden om een club van de grond te tillen.


Bijna een jaar later werd de VV Bennekom opgericht en aan de Laarweg werd uiteindelijk door de gemeente een veld ter beschikking gesteld. Voor vierhonderd gulden per jaar mocht de club het veld huren. Dat bedrag was veel in die jaren en daarom besloot het bestuur een inzamelingsactie te houden onder de bevolking. De eerste bal en de shirtjes waren een geschenk van de eerste voorzitter, Piet Brutel de la Rivière.

Aanvankelijk werden de wedstrijden nog gespeeld op de Oude Tol aan de Oude Bennekomseweg, maar nadat het veld aan de Laarweg eindelijk na gekissebis met de gemeente speelklaar was, trok Bennekom daar ten strijde, op weg naar een lange, succesvolle historie. Als jongetje, niet van de Laar maar uit het 'dorp', werd ik al gauw aangetrokken tot het voetbal dat aan de Laar werd gespeeld. Geweldige keepers als Jan de Weerd en Henk Rozenboom, voetballers als Joop Zwart, Gert Spannemaker (van de kapper uit het dorp), Dik Huiberts, Chris Buunk, Zwerus de Ruiter, Herman en Joop van Tent en niet te vergeten Gert, Adrie en later Jan Lieftink. Mijn eerste jeugdhelden? Jan van de Weerd en Gert Lieftink. Op zondag naar de Berg voor Wageningen en Charly van de Weerd, op zaterdag naar Bennekom voor Gert Lieftink en de 'zwarte panter' Jan van de Weerd.

Rood-Wit (gestreept) waren de kleuren, op de Laarweg was het te doen. Bennekom rukte dankzij al het verzamelde talent (Spaanse invloeden las ik later ergens) in snel tempo op van de laagste naar de hoogste klassen. In het begin telde de club drie seniorenelftallen en één jeugdelftal. Maar talent was er zeker. Dankzij een actie van Evert Beukhof, vader van een van mijn vrienden, werd de jeugdafdeling uitgebreid. Hij maakte in één klap vijftien jongens (onder wie mijzelf) lid van de club. Bennekom groeide. Wij (mijn broer en ik) werden met de jeugd vele malen kampioen, het eerste elftal met de Lieftinks, met Chris Buunk (altijd scorend met het hoofd), Zwerus de Ruiter (een linksbuiten á la Coen Moulijn), Jan van de Weerd, Joop Jansen, Stef van Tien, Wout van Wakeren, Bert Rosenboom, Geert Struik en anderen groeiden wij uit tot de schrik van de omgeving. Goed, maar ook hard voetbal. Aan de Laarweg stormde het altijd. 

Ik was nog geen zeventien toen ik mijn debuut maakte in het eerste elftal, temidden van Gert, Adrie en Jan Lieftink, van Jan van de Weerd en Maarten van de Brink (de Garrincha van Bennekom). Aan de Laar, waar het altijd stormde van emotie, waar ome Kees en tante Jaan Lieftink, zoon Kees en andere Lieftinks het aan de rand van het veld voor hun club opnamen, schreeuwend, juichend en vloekend - tjonge wat een stimulerend geweld. Mannen als Arend van den Heuvel en Jo Huntelerslag, al die De Ruiters, Van den Heuvels, Van de Weerds, Kersenbooms, Van Reemsts, al die mannen van de Laar die de club hebben groot gemaakt. Ik was trots dit te mogen meemaken, voetballen tussen kerels waar ik tegenop zag.

Bennekom groeide en groeide, werd jaar in jaar uit kampioen. Helden kwamen, uit Wageningen, Ede en verder. De club werd te groot voor de Laar en verhuisde naar de Eikelhof, net voordat het eerste elftal promoveerde naar de hoogste klasse in het amateurzaterdagvoetbal. Bennekom verloor aanvankelijk zijn charme er zijn intimiteit. Mannen met ambities en geld namen het roer over, de weg naar succes werd verder geplaveid. Ik kon het niveau van het eerste elftal niet meer aan, stoorde me aan valse invloeden en sponsorbelangen die in strijd waren met de intimiteit van het 'oude Bennekom', en vertrok uit het dorp van mijn geboorte, net als mijn broers Dik en Ruud weg van mijn oude vertrouwde club, op zoek naar echte voetballiefde. Mijn vader zei het nog: Bennekom is geen volksclub meer.

Bennekom groeide natuurlijk door. Het aantal elftallen groeide net als de jeugdafdeling, het eerste elftal werd op twee onderbrekingen na een vaste klant in de hoofdklasse van het zaterdagvoetbal. Bennekom is  dan ook een naam in het amateurvoetbal geworden. Tot ver buiten Bennekom is de club bekend. Kees van Wonderen, uitblinker bij Feyenoord, kwam van Bennekom. Als ik aan voetbalkenners vertel dat ik uit Bennekom kom, krijg ik als antwoord: 'Oh, Kees van Wonderen, Peter van Vossen en John van den Brom'. Bennekom is een naam. Ja, ik voel me vereerd. Nog steeds.

Het eerste elftal trekt duizenden toeschouwers, de jeugdelftallen staan in de belangstelling van scouts van alle profclubs, er zijn meisjeselftallen, er is een grandioos clubhuis met tal van activiteiten, al die vrijwilligers, er is een Businessclub. De Voetbal Vereniging Bennekom is groot geworden en zal mogelijk nog groter worden. VV Bennekom in een stadion? Ik heb er wel eens van gedroomd. Gert, Adrie en Jan Lieftink, Jan van de Weerd, Maarten van den Brink, Jacgues Turkesteen, Dennis van Meegdenburg, Hein Oelderik, Kees van Wonderen, Stef van Tien, Wout van Wakeren en Peter de Weijer; reserves: Keeper Bart Roosenboom, verder: Jaap Hiensch, Jan Teunissen en Wim van Kleef, eeuwige reserves :Guus van Holland en Huib van Egdom; trainer: Jaap de Knegt.

Ik volg 'mijn' Bennekom nog altijd - vandaar ook dit verhaal. Bennekom is nog altijd een club om van te houden. De club is groter gegroeid, in ledental en aanzien. Mede door voetbal (en Koekoek) kennen mensen in Nederland Bennekom. Het inwonertal is sinds 1954 verdrievoudigd, het dorp is gegroeid en de Eikelhof is een roemrucht terrein geworden voor voetballers uit het westen, noorden en oosten van het land. Brutel de la Rivière leeft niet meer, het veld aan de Laar was lang een tennispark en wordt wellicht bebouwd. Hans van Reemst, Frans Lieftink, zijn vader en moeder zijn bijna vergeten. Een standbeeld voor tante Jaan en ome Kees zou er moeten komen. In hun schuur kreeg de club gestalte, dankzij deze mensen bestaat nog steeds de Voetbal Vereniging Bennekom. Sponsors zijn hard nodig, maar het verleden heeft ook zijn waarde, al is het maar om de club een gezicht te geven.

(Dit  artikel  is door Guus van Holland, oud-vvBennekommer en sportredacteur van NRC Handelsblad, geschreven. Het artikel is o.a. geplaatst in de jubileumkrant van augustus 2004 en in de presentatiegids van v.v. Bennekom van het seizoen 2004/2005. Het is geactualiseerd voor de VVB website in de zomer van 2011. Dit verhaal geeft een duidelijk inzicht hoe de vereniging is gestart en wat de beleving de eerste jaren was. Een stukje persoonlijke geschiedenis over de periode van Laarweg tot Achterstraat)

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!