10 december 2010
Deze week bereikte ons het droevige bericht dat Maarten van den Brink maandag 6 december na een hartaanval is overleden. We vernamen het uit Ierland via zijn dochter Emma. Maarten werd 68 jaar en zal hopelijk altijd worden herinnerd als de man die ons allemaal voortdurend verbaasde door zijn gedrag, zowel binnen als buiten het voetbalveld. Hij was een hartelijk mens, vaak vrolijk, heel zelden terneergeslagen. Wie hem niet heeft gekend, heeft wat gemist in zijn leven. Om ‘de Muis´, zoals hij werd genoemd omdat hij zo klein, snel en vroeg kaal was, kon niemand heen. Maarten woonde vroeger op de Julianalaan, samen met zijn ouders en zijn twee broers Joop en Gert. Hij voetbalde aanvankelijk bij Wageningen. Een kleine, snelle rechtsbuiten die met zijn dribbels de backs van de tegenstander doldraaide. Buiten het veld scheurde hij op zijn snelle brommer, zo'n echte buikschuiver,door het dorp. Toen Bennekom als voetbalclub groter en succesvoller werd, meldde hij zich als vanzelfsprekend aan de Laarweg.Hij vormde in zijn eerste jaren een levensgevaarlijke voorhoede met Adrie en Gert Lieftink, met Chris Buunk en Zwerus de Ruiter. Andere spelers waren in die tijd Jan van de Weerd, Stef van Thien, Wout van Wakeren, Geert Struik, Joop Janssen en Bert Roosenboom. Zijn voetbaltalent werd opgemerkt door De Graafschap. Hij tekende er een contract als semiprof en kocht al gauw een sportwagen. Met die auto zou hij veel opzien baren. Hij stoof ermee door Bennekom en omstreken op een manier die veel weg had van zijn racegedrag op het voetbalveld. Roekeloosheid was hem niet vreemd. Maarten hield het mededaarom niet lang vol bij De Graafschap. Hij kon niet de discipline opbrengen om alleen met voetbal bezig te zijn. Hij hield te veel van het leven.Hij keerde begin jaren zeventig terug bij Bennekom en speelde vaak weer de sterren van de hemel. Met kampioenschappen en promoties tot gevolg. Voetballiefhebbers uit Wageningen, Ede, Renkum en verder weg kwamen naar de Laarweg en later naar Sportpark De Eikelhof om Maarten van den Brink te bewonderen. Ze wilden meehelpen de razende muis op te winden. Waar Maarten was, was spektakel. Trainers hadden het moeilijk met hem, maar ze konden niet om het talent van de Julianalaan heen. Wanneer hij op dreef was, was Bennekom niet te stoppen. Dan scoorden de spitsen van Bennekom met grote regelmaat. Zijn snelle rushes gevolgd door pasklare voorzetten leidden altijd tot gevaar voor het doel van de tegenstander. Vaak vergrepen de backs zich aan de driftkikker op de rechtervleugel. Doodschoppen heeft Maarten te veel gehad. Maar hij stond altijd weer op en vierde zijn revanche met even onnavolgbare dribbels. Maarten hield (te) veel van uitgaan. Hij was met grote regelmaat gast in alle kroegen van Bennekom en omstreken. Niet altijd verliepen de bezoekjes vredig. Maarten kon zeer opstandig zijn. Dat was zijn zwakte en tegelijk ook zijn kracht. Van Maarten ging je steeds meer houden, wanneer je hem had leren begrijpen. Een knuffeldier. Zijn uitjes met voetbalvrienden naar het carnaval waren spectaculair. In Breda wisten andere carnavalvierders al gauw wie die kleine deugniet in dat matrozenpak was. Waar Maarten van den Brink was, was leven. Wie met hem op jacht ging naar spanning en sensatie kwam nooit bedrogen uit.Hij trof op een van zijn vakanties in het zonnige zuiden een Ierse, nota bene: Avril. Ze zou zijn leven veranderen. Althans ze zoog hem mee naar Ierland, waar hij neerstreek in de buurt van Dublin, in het dorpje Mulhuddart. Hij werd zelfs vader van een dochter, Emma, en hij werd schoonvader, van Hari. Op zijn eigen manier leerde hij Engels/Iers praten. Wanneer hij 's zomers naar Bennekom terugkeerde, begon het feest weer van voren af aan.Maarten bracht in de kantine van De Eikelhof luidkeels liedjes van The Dubliners ten gehore. Wat hij daar in Ierland dagelijks deed, werd nooit duidelijk.
Een loodgietersklusje hier, een opknapbeurtje daar. Het leven van Bennekom zette hij gewoon voort.De laatste jaren van zijn leven verzorgde hij paarden. Zo vertelde hij op zijn bekende meeslepende wijze.Maarten kon niet dood gaan. Hij was afgelopen zomer voor het laatst in Bennekom. Hij had er graag bij willen zijn in november, tijdens de lancering van de Club van Toen. Hij was er niet, zijn vrouw was ziek. Maarten werd gemist, toen wij alle foto's van vroeger aan de muur van de bestuurskamer zagen hangen. In oude knipsels kwam bijna altijd zijn naam voor. We hebben hem niet meer kunnen zien, niet meer kunnen genieten van zijn praatjes. Een dag na de bijeenkomst belde hij hoe het geweest was. Maartens hart lag in Bennekom.
Wij, van de Club van Toen, blijven aan hem denken. Wie niet?
Tekst: Guus van Holland
In Memoriam Maarten van den Brink (PDF)